Sinds het begin van ons verblijf in Moengo ben ik met mensen die in en rondom het dorp wonen in gesprek over de grond waar zij op wonen, gebruik van maken en lief hebben. Het plan is om hier over enige tijd een boekje over uit te geven. Hierbij een eerste impressie van één van de stukjes.

 

Arnold Betterson

Sranang Tongo is voor een nieuwkomer geen makkelijke taal. Vooral het dialect dat ze hier spreken niet. Ik had een vertaling nodig van een kinderliedje dat mijn dochter steeds met de buren zingt. De man die het atelier inliep vroeg ik om hulp.

Sindsdien komt hij ‘s morgens op bezoek in het atelier, een praatje maken of de krant lezen. Arnold Betterson is een rustige, lange, slanke man (in geen zin doet hij denken aan de bijnaam die hij vroeger kreeg; a Bigiso, wat de grote jongen betekend). Tijdens mijn werkzaamheden babbelen we over van alles. Vooral de wereldproblematiek die hij in de krant leest of ’s avonds opzoekt op het internet interesseert hem. Op een dag zal hij andere plekken van de wereld bekijken, zijn paspoort is nog vier jaar geldig dus nu kan het.

Als zijn ouders een andere keuze hadden gemaakt zou hij in Nederland hebben gewoond. Arnold is namelijk geboren in 1982 in het ziekenhuis van Moengo maar zoals de meeste mensen die in deze tijd in Moengo woonden, zijn ook zij hun grond ontvlucht vanwege de binnenlandse oorlog. Via Lange Tabbetje naar Frans Guyana, waar ze werden opgevangen in een vluchtelingen kamp.

 

Arnold heeft meerder banen en “levens” achter de rug. As hij er over verteld kijken zijn smalle priemende ogen je aan terwijl hij de wereld waarover hij verteld in zijn hoofd voorbij lijkt te zien gaan.

Op zijn 10e kwam hij weer terug in Moengo waar na enige jaren de scholen weer langzaam werden opgezet. Aan zijn begin jaren op de Fred Murray school heeft hij goede herinneringen. Na de jaren in het kamp, waar zijn nieuwsgierige geest de informatie van een televisiescherm achter een hek moest halen, kon hij nu weer in het Nederlands leren. Het groen geruite school-uniform maakte hem trots. Hij was eindelijk weer terug op eigen grond.

Toch lukte het hem door omstandigheden niet om dit af te ronden. Op zijn 15e vertrok hij naar Gowtoe Boesie aan de Merjamkreek waar hij in de goudmijn ging werken als sjouwer, zware emmers aan een hoofdband. Na 1,5 zware jaren kon hij dit niet langer opbrengen en ontmoette hier een onderwijsinspecteur die hem naar de ETO heeft gestuurd.

 

Uiteindelijk kwam hij terug in Moengo waar hij nu werkt bij TCT (tot voor kort het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme). Hij is bezig met het opzetten van een gospelband, met zijn kalme bariton stem hoopt hij daar de gemeente straks mee toe te zingen. Nu zijn ze eerst in gesprek met iemand die een videoclip kan gaan maken en er staan ook interviews met de krant op het programma. Vooralsnog moet hij de kerk voorzien van stoelen. Opbouwen en afbreken, maar als het straks gaat lukken. Zal hij zingen voor de heer en hem vertellen dat hij zijn leven zal beteren. Hij kromt zijn lichaam, lacht en slaat zijn lange armen langs zijn lijf. Hij ziet het helemaal voor zich.