Beginnen bij het begin.

Het aanpassingsvermogen is een bijzondere eigenschap die even intrigerend als ongrijpbaar is. Normaal gesproken ben ik hier vrij lenig in. Het lukt me vaak vrij gemakkelijk een omgeving in te schatten, me in te voelen waar ik ben, met wie ik te maken heb om me daar vervolgens op af te stemmen. In de meeste situaties ben ik me hier niet eens bewust van maar hier tijdens mijn verblijf in Suriname ontmoet ik de kracht van het aanpassingsvermogen in volle glorie.

 

Na een busrit van 2 en een half uur over een snelweg met aan beide kanten de uitgestrektheid van het woud, sloeg de bus rechtsaf een hobbelige, rode zandweg op. Her en der werden mensen afgezet bij huisjes die vaak uit niets meer dan een paar planken en wat golfplaten waren opgebouwd. Was dit Moengo?, vroeg ik aan de jongen die op de verrassingsbankjes in het gangpad naast me zat. De grijns terwijl hij bevestigend knikte, verraadde de verbazing die op mijn gezicht te lezen viel.

Het leek zo ver van alles dat je vertrouwd zou kunnen noemen dat de hele situatie bijna onveilig aanvoelde. Het huis leek meer dan vies, omgeving verpauperd, gezichten onleesbaar en zelfs de kleine gesprekken in eigen taal ongrijpbaar.

Nu een week later zien de zaken er heel anders uit. Het huis ervaren we als prettig. De gebreken lijken oneffenheden die me niet langer storen. De bij elkaar geraapte omgeving is fascinerend in zijn oplossend vermogen. De mensen zijn nog steeds niet makkelijk te lezen maar het voelt goed. Voor een deel hebben we daar zelf aan gewerkt; het huis schoon gemaakt en behangen met lappen stof en tekeningen, iedereen gedag gezegd die we op ons pad tegen kwamen, huis en omgeving in kaart gebracht en een aantal routines en rituelen ingebouwd.

Maar toch geloof ik dat het lichaam de grootste aanpassing zelf in gang zet door op één of andere manier wortel te schieten. Als een plantje dat op een omgevallen muur begint te groeien ontwikkeld het intuïtief manieren om op elke willekeurige plek en omstandigheden te kunnen zijn wie het is.

 

Afgelopen weekend ervoer ik het wederom. We hadden het plan gevat om per fiets een dorpje zo’n vijf kilometer verderop te bezoeken. Het is week twee in Suriname en we waren nog niet eerder zo dicht en “alleen” in het woud geweest. Ondanks de breedte van de rode zandweg was op de heenweg elke zintuig alert. Oren gespitst, tegemoet rijdende automobilisten inschattend, loerend naar de vele facetten groen aan weerszijden van de weg. Wederom was daar het klamme gevoel van onzekerheid en onveiligheid.

Nog geen twee uur later, na een kort maar prachtig verblijf aan de Cottica rivier, is de terugweg een totaal andere ervaring. Het lichaam lijkt zich vertrouwder te voelen. Het ademt makkelijker, kijkt open en nieuwsgierig rond om daar vol blije verwondering beesten te ontdekken die het op de heenweg net zag.

 

De omslag van onmogelijkheid naar mogelijkheid lijkt een wonderbaarlijk spel van de zintuigen en het instinct. Lang leve het aanpassingsvermogen.