Tresna Pinas

Volgens Surinaams gebruik probeer ik iets te laat op onze afspraak te komen maar was toch nog wat vroeg; eigenlijk lag Tresna Pinas nog te rusten. Dit is niet zo raar want ik blijk met een zeer drukke persoonlijkheid te spreken. Tresna is directrice van de O.S. (openbare school) Bambi. Daarnaast geeft ze dans- en cultuur les en zet zich op allerlei manieren in om de jongeren in Moengo vooruit te helpen. Tevens runt ze een craftshop waar onze eerste ontmoeting plaats vindt tussen allerlei prachtig gefabriceerde, kleurrijke producten. Het interieur van de winkel is gemaakt door studenten van de TU Delft. Het tekent de creatieve en ondernemende persoonlijkheid tegen over me.

Tresna heeft geleerd voor zichzelf op te komen. Terwijl ze met haar pangi het zweet van haar gezicht veegt spreken we lang over voorvallen waar ze lering uit wil trekken. Over de keren dat ze blanken heeft geholpen materiaal te verzamelen voor boeken en films. Haar kwetsbare familiegeschiedenis tijdens de binnenlandse oorlog heeft gedeeld, om vervolgens nooit meer iets van ze te horen. Mensen die zeggen dat ze iets komen brengen terwijl ze enkel komen halen. Toch blijft ze ervan overtuigd dat de Marron geschiedenis moet worden doorverteld en staat ze er nog steeds voor open om naast haar eigen initiatieven, hier ook met anderen een vorm aan te geven.

De leeftijd van Tresna kan ik moeilijk inschatten. Voor me zit een moeder van vier kinderen met een gezicht waarin wijsheid en jeugdigheid samenkomen. Ze is geboren in het Ziekenhuis van Moengo. Haar vader werkte voor Suralco, het bauxiet bedrijf dat Moengo heeft ontworpen en gebouwd voor zijn medewerkers. Het gezin woonde gedurende de eerste levensjaren van Tresna in de wijk “Schiphol dorp” dat later werd afgebroken om er weer te gaan mijnen. Oorspronkelijk komen haar voorouders uit Adjuma Kondre. Onlangs is er een filmpje opgedoken waarin haar overgrootvader, de toenmalig kapitein van het dorp, een medaille van prinses Beatrix in ontvangst nam. Voor de inwoners van het dorp was het als een schat die werd opgegraven.

Wanneer ik Tresna vraag welk stuk Moengo-grond voor haar persoonlijk de meeste waarde heeft, neemt ze me mee naar een erf. Een stuk grond dat haar grootvader van Suralco had gekregen en is doorgeven van kind op kind. Hier heeft zij haar eerste eigen huisje gebouwd. Eenvoudig van houten latten. Onlangs heeft ze het weer opgeknapt maar vlak daarna is een boom op het erf, tijdens het kappen, ongelukkigerwijs op het huisje gevallen. Middelen om het wederom te restaureren heeft ze nog niet. Wanneer ze draaiend op haar stoel lacht, lichten haar ogen op. Ze spreekt het niet uit maar je weet dat deze vrouw dat in de loop van de tijd ook wel zal klaarspelen.

 

Begin januari heb ik samen met mijn gezin drie maanden in Moengo gewoond en gewerkt. Hier heb ik met de inwoners gesproken over de grond waarop zij wonen, gebruik van maken en lief hebben. De vierkante meter die voor hen van belang is. Vanaf augustus zullen de 16 portretten die ik na aanleiding van deze plekken heb geschreven, maandelijks in het opinietijdschrift Parbode verschijnen.

http://www.parbode.com/actueel/item/6904-mi-eigi-moengo-stefano-damba?highlight=WyJ2YWxlcmllIiwidmFuIiwibGVlcnN1bSIsInZhbGVyaWUgdmFuIiwidmFsZXJpZSB2YW4gbGVlcnN1bSIsInZhbiBsZWVyc3VtIl0=